Het voorjaar is voor vleermuisonderzoekers een van de drukste periodes van het jaar. Mei en juni zijn de maanden van verblijfplaatsenonderzoek, uitvliegtellingen en de eerste protocollaire ronden. Vleermuizen zijn volop actief, en toch blijft een groot deel van hun gedrag verborgen voor het menselijk oog.
Want vleermuizen zijn nachtdieren. Ze bewegen zich moeiteloos door het donker, terwijl wij staan te turen in de schaduw van dakranden, balkonnetjes en stootvoegen. Zoals een ecoloog het afgelopen zomer treffend omschreef:
| “Wij mensen zijn simpelweg niet gebouwd om in het donker te kijken. Vleermuizen zijn daar veel beter op aangepast. Ze bewegen zich moeiteloos door de nacht, terwijl wij staan te turen in het duister, met allerlei apparatuur als verlengstuk.” |
In dit artikel beschrijven we vijf gedragingen die je in mei en juni kunt verwachten en waar slimme sensortechnologie je als ecoloog gerichter inzicht geeft.
1. Terugkeer naar zomerverblijven
Na de winterslaap zoeken vleermuizen hun zomerverblijven opnieuw op. Dat klinkt eenvoudig, maar het is grilliger dan je denkt: niet elk dier keert terug naar exact dezelfde plek. Sommige individuen verkennen alternatieve locaties, anderen komen later terug dan verwacht.
Voor verblijfplaatsenonderzoek is dit het moment om te bevestigen óf een locatie in gebruik is. Een pand dat vorig seizoen positief scoorde, is dat nu opnieuw? En zijn er nieuwe locaties bijgekomen?
| 🦇 Battracker-inzet |
| De Battracker registreert activiteit rond een locatie over meerdere nachten aaneengesloten. Zo zie je niet alleen óf er vleermuizen zijn, maar ook het patroon: structureel terugkerende uitvliegtijden wijzen op een verblijfplaats, incidentele passages zijn waarschijnlijk foerageerbewegingen. Dat onderscheid is ecologisch en juridisch relevant. |

2. Vorming van kraamkolonies
Vanaf mei trekken drachtige vrouwtjes samen in kraamkolonies. Ze zoeken warme, beschutte plekken op: spouwmuren, houten gevelbekleding, dakranden, holle bomen. Eén locatie kan tientallen tot honderden dieren huisvesten.
De activiteit rond kraamkolonies is herkenbaar: elke avond op rond hetzelfde tijdstip vliegen de dieren uit via vaste routes, en voor zonsopgang keren ze terug. Dat consistente patroon is precies wat verblijfplaatsenonderzoek wil aantonen.
| 🦇 Battracker-inzet |
| Juist bij kraamkolonies is de combinatie van beeld en geluid waardevol. De camera registreert waar de dieren exact in- en uitvliegen, ook in moeilijke lichtsituaties, onder dakranden, in de schaduw, laat op de avond. Dat maakt het verschil tussen een vermoeden en een bevestigde verblijfplaats. En dat onderscheid telt: een bevestigde verblijfplaats geeft betere bescherming onder de wet en een sterkere onderbouwing voor vergunningstrajecten. |
In de praktijk: een ecoloog deelde afgelopen voorjaar beelden van twee gewone dwergvleermuizen die in- en uitvlogen onder een balkon in een gevel. De opnames werden gemaakt rond 23:00, onder omstandigheden waarbij handmatige waarneming nagenoeg onmogelijk was. Via de Battracker kon met zekerheid worden vastgesteld dat het om een verblijfplaats ging, niet om een losse waarneming. Voor het lopende vergunningstraject was dat precies de onderbouwing die nodig was.
3. Lange dagen, late uitvliegtijden
In mei en juni is het lang licht. Vleermuizen wachten tot het echt donker is voordat ze uitvliegen en dat kan in juni pas na 22:30 uur zijn. Voor handmatige uitvliegtellingen betekent dit: laat beginnen, lang wachten, en de concentratie vasthouden in het donker terwijl de tijd kruipt.
Dat is arbeidsintensief, zeker als je meerdere locaties in één avond wilt bezoeken. En het vergroot het risico dat je een uitvliegmoment mist.
| 🦇 Battracker-inzet |
| De Battracker registreert het exacte uitvliegtijdstip automatisch. Je hoeft zelf niet ter plekke te zijn op het moment dat de eerste dieren naar buiten komen. Het dashboard toont achteraf precies wanneer de piek was, informatie die je kunt gebruiken om handmatige waarnemingen gerichter in te plannen. |
Eerlijk over de grenzen: de Battracker registreert activiteit, geen individuen. Hij telt niet hoeveel vleermuizen er uitvliegen, want hij legt ook dieren vast die in de buurt rondvliegen zonder uit een verblijfplaats te komen. Voor protocollaire uitvliegtellingen waarbij het aantal individuen telt, is handmatige waarneming nog steeds noodzakelijk. De Battracker is daarvoor een aanvulling, geen vervanging.
4. Piekactiviteit van mannetjes in het foerageergebied
Terwijl vrouwtjes zich concentreren in kraamkolonies, zijn mannetjes solitair en mobieler. Ze jagen over grotere gebieden en houden zich minder aan vaste routes. Dit geeft een ander activiteitspatroon dan de koloniebewegingen.
Twee sensoren op verschillende locaties in hetzelfde projectgebied kunnen dit onderscheid zichtbaar maken: structurele activiteit op locatie A wijst op een kolonie, gevarieerde passages op locatie B zijn waarschijnlijk foerageerbewegingen van mannetjes of doortrekkers.

| 🦇 Battracker-inzet |
| Door meerdere sensoren te combineren in het dashboard, kun je het gebied als geheel in beeld brengen in plaats van losse meetpunten. Dat geeft een completer beeld van hoe het gebied ecologisch functioneert. |
5. Trekvleermuizen op doortrek (mei)
Mei is ook de maand waarin trekkende soorten terugkeren uit hun zuidelijke overwinteringsgebieden. De ruige dwergvleermuis trekt langs de kust en via riviervalleien noordwaarts. De rosse vleermuis (Nyctalus noctula) is een actieve jager op grote hoogte en is in mei vaak te horen boven open landschappen.
Trekvleermuizen verblijven zelden lang op één locatie. Bij losse waarnemingen worden ze daardoor snel gemist, ze zijn er één nacht en vertrokken de volgende avond al.
| 🦇 Battracker-inzet |
| Continue registratie over meerdere nachten vergroot de kans op detectie van trekkende of zeldzame soorten aanzienlijk. Soorten die je bij een standaard veldbezoek moeilijk zou aantreffen, komen soms wel naar voren in de registraties van een sensor die een week op locatie staat. |
Mei en juni: de belangrijkste maanden voor verblijfplaatsenonderzoek
De gedragingen die we in mei en juni zien, kraamkolonies die zich vormen, dieren die terugkeren naar vaste plekken, late uitvliegtijden, zijn precies de gedragingen die het hardst zijn om met handmatige middelen volledig in beeld te brengen. Niet omdat ecologen niet goed genoeg kijken. Maar omdat vleermuizen nu eenmaal beter zijn in het donker dan wij.
Slimme sensortechnologie voegt daarbij een extra laag toe: continue registratie, beeld en geluid gecombineerd, data die beschikbaar is terwijl je bezig bent met de rest van je onderzoek. Zo werk je gerichter en kom je tot sterker onderbouwde conclusies.
Meer weten over hoe de Battracker ingezet kan worden bij verblijfplaatsonderzoek? Neem contact op via info@drowgoo.nl of bekijk de productpagina op drowgoo.nl/battracker.


