Het veenweidelandschap van Eemland staat bekend om zijn open graslanden, hoge natuurwaarde en kwetsbare weidevogels. Maar tegelijkertijd zorgen grote aantallen ganzen jaarlijks voor forse schade aan landbouwpercelen. Om deze balans beter te beschermen, startte begin 2025 een grootschalige praktijktest met slimme ganzendetectie via Drowsense-sensoren.
Waar eerdere metingen al lieten zien dat de technologie direct effect heeft, biedt de volledige dataset nu veel dieper inzicht in ganzengedrag, dag- en weekpatronen en de effectiviteit van verschillende verjagingsstrategieën.
In dit artikel delen we de belangrijkste bevindingen.
Direct effect: ganzendetectie verlaagt activiteit vanaf dag één
Aan het begin van de testperiode werd een direct merkbaar verschil zichtbaar:
- Ganzenactiviteit daalde direct na inzet van de Drowsense-sensoren.
- Het laagste niveau werd bereikt in februari, waarna de activiteit stabiel laag bleef.
- In januari was een tijdelijke stijging te zien, mogelijk door lokale omstandigheden, dit vraagt vervolgonderzoek op sensor- en locatieniveau.
De trend bevestigt dat ganzen snel reageren op verstoringsprikkels, en dat langdurige monitoring essentieel is om fluctuaties goed te duiden.

Seizoensinvloeden: voorjaarspiek door beperkte inzet van verjaagmiddelen
De sensordata laat zien dat er in het voorjaar een lichte toename in ganzenactiviteit optreedt. Deze stijging valt samen met de periode waarin het gebruik van bepaalde verjaagmiddelen tijdelijk wordt verminderd vanwege de broedperiode van weidevogels.
Tijdens deze fase worden verstorende prikkels doelbewust beperkt om kwetsbare soorten te beschermen. Ganzen maken gebruik van deze rustmomenten en keren daardoor vaker terug.
Dit onderstreept het belang van een zorgvuldige afstemming tussen natuurbeheer, agrarisch gebruik en de inzet van slimme ganzendetectie. Door de timing van maatregelen goed te plannen, kunnen zowel weidevogels als landbouwpercelen optimaal worden beschermd.
Dagpatronen in ganzengedrag: pieken rondom schemermomenten
Uit de sensordata komen duidelijke patronen naar voren:
- De hoogste activiteit vindt plaats rond zonsopkomst en zonsondergang.
- Overdag blijven de waarnemingen relatief stabiel.
- De verschuivingen in piekmomenten volgen de daglengte en de overgang tussen zomer- en wintertijd.
Voor agrariërs en beheerders betekenen deze inzichten dat schemerperiodes cruciale momenten zijn voor doelgerichte inzet van verjaagmiddelen. Dit is uiteraard geen onbekend feit voor wie met ganzen werkt, maar laat wel zien dat de sensoren goed functioneren.

Weekpatronen: weekenden als natuurlijke rustmomenten
Uit de uur- en daganalyses blijkt dat weekendperiodes een herkenbaar patroon laten zien:
- Activiteit neemt toe in het weekend, wanneer bepaalde verjaagmiddelen worden uitgeschakeld om overlast te beperken.
- Ook boeren verjagen in het weekend meestal minder actief.
- Ganzen herkennen deze rustmomenten en maken daar efficiënt gebruik van.
Deze stijging onderstreept het belang van consequente inzet van verjagingsstrategieën.
Geen aanwijzingen voor gewenning door populaties
Op basis van de volledige dataset is geen populatiebrede gewenning zichtbaar:
- Ganzen blijven reageren op verstoring.
- Terugkeer vindt vooral plaats wanneer de verstoringsdruk tijdelijk afneemt (zoals in weekenden).
Dit bevestigt dat slimme ganzendetectie effectief blijft, mits consistent ingezet.
Samenvatting: datagedreven ganzendetectie biedt scherpe inzichten
Deze analyse van het Eemland-project laat zien dat datagedreven monitoring:
- duidelijk maakt wanneer ganzengedrag piekt,
- inzicht geeft in dag-, week- en seizoenspatronen,
- helpt begrijpen hoe rustperiodes invloed hebben,
- en richting biedt voor optimale inzet van verjaagmiddelen.
Deze inzichten vormen een stevige basis voor de vervolganalyses en aanbevelingen in de volgende artikelen.



