In het unieke veenweidegebied van Eemland werken natuur en landbouw nauw samen. De open graslanden, hoge natuurwaarde en rijke weidevogelstand maken het tot een gebied waar balans essentieel is. Toch zorgt de aanwezigheid van grote aantallen grauwe ganzen jaarlijks voor aanzienlijke schade aan landbouwpercelen. Begin 2025 werd daarom een innovatieve aanpak ingezet, met behulp van Drowsense sensoren en gevarieerde verjaagmiddelen. Hoewel de volledige onderzoeksperiode nog loopt, geven de tussentijdse metingen nu al waardevolle inzichten over het gedrag van ganzen én de werking van ons systeem.
Direct effect: forse daling ganzenactiviteit
Kort na de start van het project werd via de sensordata een daling in ganzenactiviteit gemeten. Vrijwilligers, slimme technologie en gerichte inzet van verjaagmiddelen zorgden ervoor dat de ganzen het gebied snel verlieten. In februari bereikte de activiteit op de sensoren zelfs een minimum, waarna het lage niveau grotendeels behouden bleef.
Ook laat de sensordata zien dat omgevingsfactoren, een goede samenwerking en het in kaart brengen van lokale omstandigheden belangrijk zijn voor het correct interpreteren van de data. Af en toe traden er schommelingen op die niet direct te verklaren waren via enkel de data. Goede samenwerking en een innovatieve aanpak zijn dus cruciaal voor het correct aanpakken van dit probleem.
Wanneer zijn ganzen het meest actief?
De sensoren lieten vooral een activiteitenplek zien rond zonsopkomst en zonsondergang. Daarnaast zagen we in de data een toename in de weekenden, wanneer sommige verjaagmiddelen bewust waren uitgeschakeld om overlast voor omwonenden te beperken. Juist dit soort patronen laat zien hoe nuttig de data is om het effect van maatregelen beter af te stemmen op de praktijk.
Verschillende middelen, verschillende effecten
Tijdens deze periode zijn meerdere middelen ingezet, van gaskanonnen tot speakers, lampen en poppen. Uit de data blijkt dat:
- Combinaties werken het best: meerdere middelen tegelijk verstoren ganzenactiviteit effectiever dan losse inzet.
- Gaskanonnen zijn krachtig, maar vragen om een zorgvuldige afweging vanwege geluidsoverlast.
- Visuele en akoestische middelen (zoals lampen, speakers en poppen) zijn vooral waardevol in afwisseling en op specifieke momenten.
Deze inzichten helpen om middelen niet alleen effectiever, maar ook diervriendelijker en duurzamer in te zetten.
Wat we leren over Drowsense
Voor ons systeem zelf leverde de inzet ook belangrijke leerpunten op:
- Sensoren leggen patronen bloot die anders moeilijk te zien zijn.
- Data over langere tijd laat zien hoe gedrag verandert per dag, week en tijdstip.
- De koppeling met verschillende middelen helpt om hun effectiviteit beter te vergelijken.
- Meer sensoren kunnen de lokale verschillen in het gebied nog beter zichtbaar maken.
Een belangrijk leerpunt uit deze inzet is dat technologie het beste werkt in combinatie met samenwerking. Vrijwilligers, ecologen en boeren vullen elkaar aan en geven samen betekenis aan de data. Door deze wisselwerking wordt het niet alleen mogelijk om ganzen effectiever te verjagen, maar ook om dit te doen op een manier die past binnen het landschap en rekening houdt met omwonenden.
*Dit project is medegefinancierd door de Europese Unie




